.
.
.
.
.
.
.
.
.Burgemeester Ruthie en het feminisme.
Op de vraag ‘bent u een Dolle Mina en wat zijn uw ideeën over de vrouw in de huidige maatschappij’ antwoordt Ruthie :
“Bah nee, gij, een Dolle Mina ben ik niet, zo ga ik mezelf niet noemen. Ik ben geen mannenhaatster, geen Socialistisch Vooruitziende Vrouw die rondloopt met jarretels, een string tussen de billen, zonder soutien-gorge, die de ‘Grote Kuis’ bepleit. Mannen verafschuwen, daar hou ik niet van. En ik loop niet rond met een castratiecomplex. Ik wil niet aanzien worden als een wezen met bovenaan hemelse borsten en onderaan uitnodigende genitaliën. Ik wil niet om de haverklap door een penis worden doorboord. Ik ben geen feministe pur et dur, maar ik kom uiteraard wel op voor de seksuele rechten van de vrouwen, het open huwelijk en de vrije liefde. Op gebied van vrouwenrechten staan we al heel ver, maar er is nog altijd een glazen plafond. Sommige conservatieve zakken pleiten weer voor monogamie en voor de vrouw aan de haard. Ik ben daar geen voorstander van, integendeel, de vrouw moet de broek dragen. Vroeger vond ik het heerlijk om alleen te leven, nu niet meer. Als je alleen bent, heb je tijd om na te denken, boeken te lezen, kookcursussen te volgen, te mediteren, aan sport en yoga te doen, naar de cinema of de opera te gaan, allerlei contacten te onderhouden, alleenstaande mannen met veelzijdige interesses te ontvangen, je ziet meer van de wereld, in plaats van met een ander rekening te moeten houden en ik wil baas over het eigen lijf en leven blijven. Ik was een tijdje alleen en dat ging gauw vervelen, ik werd stapelgek van eenzaamheid, werd depressief, kreeg een zenuwinzinking, al mijn aandacht en gevoelens waren gericht op het ‘vangen’ van een man. Ik maakte me zorgen over mijn leeftijd, ik kon niet aanvaarden dat ik ouder werd en in de menopauze verzeilde en ik verwaarloosde mijn vriendschappen en sloot mij op in uitzichtloze troosteloosheid. Tot ik eindelijk de ware jakob ontmoette. Hij lag al jaren op de loer om mij ‘binnen’ te doen. En wat moest gebeuren, gebeurde, het stond in de sterren geschreven. Ik ga emotioneel helemaal in de liefdesrelatie op, een crème van een vent, die door het vuur loopt en werkelijk àlles voor mij over heeft. En binnen een paar jaren gaan we trouwen en wordt hij mijn hondstrouwe huisman. Een leuk vooruitzicht. Dan zal ik me compleet vrij voelen en mezelf kunnen ontplooien en mijn leven volgens mijn eigen inzichten zin en inhoud geven. Wat ben ik een geluksvogel ! By the way, roodharig zijn volstaat niet om een goede burgemeester te zijn.”